Strafverzwaring voor homo- en transfoob geweld. Wat verandert er?

23/07/2012 - 20:56

De regering kondigde onlangs aan dat de maximumstraffen voor homo- en transfoob geweld worden verhoogd.   Daarmee wordt uitvoering gegeven aan één van de elementen uit het federale actieplan tegen homo- en transfoob geweld.  Wat staat er momenteel in de wet?  Wat zal er veranderen?

De huidige strafwet
In de huidige strafwet staat dat in een aantal gevallen de minimumstraf kan verdubbeld worden, of met twee jaar verhoogd kan worden, wanneer er sprake is van een homofoob motief.  

De toekomstige strafwet
De regering wil in de toekomst de maximumstraf verhogen wanneer een homofoob motief kan aangetoond worden. 

Zo worden slagen en verwondingen met arbeidsongeschiktheid tot gevolg – de kwalificatie die vermoedelijk zal gegeven worden aan het homofobe geweld in Aalst - gestraft met een gevangenisstraf van twee maanden tot twee jaar en met een geldboete van vijftig euro tot tweehonderd euro.  Indien het homofobe motief weerhouden wordt, kan de strafrechter volgens de huidige strafwet een gevangenisstraf opleggen van minimum vier maanden tot maximum twee jaar. De regering wil dat de strafrechter voor bovenvermelde feiten een straf zal kunnen uitspreken van minimum twee maanden tot maximum vier jaar.

Enkele bemerkingen
1. De strafverzwaring in de huidige en toekomstige strafwet geldt niet enkel voor misdrijven met een homofoob motief.  Ook voor misdrijven ingegeven door andere motieven is een strafverzwaring voorzien.  Het betreft de haat tegen, het misprijzen van of de vijandigheid tegen een persoon wegens diens ras, huidskleur, afkomst, nationale of etnische afstamming, nationaliteit, geslacht, geslachtsverandering, seksuele geaardheid, burgerlijke staat, geboorte, leeftijd, fortuin, geloof of levensbeschouwing, huidige of toekomstige gezondheidstoestand, handicap, taal, politieke overtuiging, syndicale overtuiging, fysieke of genetische eigenschap of sociale afkomst. 

2. Nieuw is het criterium geslachtsverandering, dat tot nu toe niet voorkwam in het strafwetboek.  De criteria 'genderidentiteit' en 'genderexpressie' werden niet opgenomen.  Daarvoor moet eerst één van de federale antidiscriminatiewetten (de genderwet) worden aangepast.

3. De strafverzwaring geldt wanneer één van de drijfveren van de dader bestond in de haat, het misprijzen of de vijandigheid tegen een persoon wegens één van de bovenvermelde criteria.  De dader wordt dus niet harder gestraft omdat hij (bijvoorbeeld) een homo in elkaar heeft geklopt.  Wel omdat het motief van de dader (bijvoorbeeld) geen geldgewin was, maar de seksuele geaardheid van het slachtoffer.  Wanneer het slachtoffer heteroseksueel is, maar het motief van de dader ingegeven was door homofobie, zal er dus toch een strafverzwaring zijn.

4. Ook volstaat het dat één van de drijfveren gelegen was in de haat, het misprijzen of de vijandigheid tegen een persoon wegens één van de bovenvermelde criteria.  Zo kan iemand bijvoorbeeld een roofmoord plegen uit winstbejag.  Koos de dader het slachtoffer specifiek op grond van diens seksuele geaardheid, dan geldt de strafverzwaring.

5. De nieuwe strafverzwaringen zijn ook niet langer facultatief.  In de huidige wetgeving staat dat de minimumstraffen kunnen worden verdubbeld.  De nieuwe wet wil komaf maken met die vrijblijvendheid. 

Voorbeelden
Enkele voorbeelden kunnen de impact van de strafverzwaring duidelijk maken.

Op doodslag staat nu een gevangenisstraf van twintig tot dertig jaar.  Dat zal levenslang worden indien een homo- of transfoob motief kan aangetoond worden. 

Op het opzettelijk toebrengen van slagen of verwondingen zonder het oogmerk om te doden, maar met de dood tot gevolg, staat een gevangenisstraf van vijf tot tien jaar.  Dat zal tien tot vijftien jaar worden indien een homo- of transfoob motief kan aangetoond worden.

Enkel voor nieuwe feiten
De door de regering aangekondigde maatregelen moeten nog door het Parlement goedgekeurd worden en afgekondigd worden in het Staatsblad.  Op de feiten die tot nu toe gepleegd werden, zullen ze geen impact hebben.  Men kan een dader geen straffen geven die nog niet voorzien waren in het strafwetboek op het ogenblik van de feiten.

Bron: 

Eigen verslaggeving