COLUMN | Luie transgender

01/03/2018 - 11:14
Even voorstellen: ik ben Selm, een luie transgender. Dat was althans de kop boven een interview met mij in de Nederlandse krant NRC Handelsblad. Ik zei het omdat ik niet echt mijn best doe om er heel vrouwelijk uit te zien. Dat was ooit anders, maar gaandeweg had ik de rol gelost om een ‘goede transgender’ te zijn.
Geboren als jongen, raakte ik al snel vertwijfeld over mijn genderidentiteit. Met voorbeelden als Dana International en Kelly van der Veer wist ik dat ik mocht dromen van een transformatie tot een mooie vrouw. Het was enkel een kwestie van er vol voor te gaan. Dat duurde zijn tijd: ik was 27 jaar oud toen ik eindelijk de moed vond om me aan te melden bij het Genderteam van het UZ in Gent.
 
Nog geen jaar later begon ik aan een hormoontherapie die mijn testosteronniveau drastisch verlaagde en oestrogeenpeil optrok. Vol enthousiasme begon ik aan logopedie om mijn stem anders te leren gebruiken. Minder enthousiast was ik over de pijnlijke laserbehandeling. Maar hey, ik was op de goede weg. 
 

Passable

Tot ik stilaan het gevoel kreeg dat ik van de ene kast in de andere aan het kruipen was. Mijn poging om zo ‘passable’ mogelijk te zijn als vrouw, zorgde ervoor dat ik overbewust raakte. Zat ik wel vrouwelijk genoeg, sprak ik wel vrouwelijk genoeg, lachte ik wel vrouwelijk genoeg? Dat het nooit genoeg zou zijn, dreigde een levenslange frustratie te worden. De uitnodiging van het genderteam om alvast een kennismakingsgesprek te voeren met de chirurg, sloeg ik steeds af.
 
De geslachtsaanpassende operatie leek steeds minder noodzakelijk. Wat maakte het anderen nu uit wat er wel of niet in mijn broek zat. Of ik wel of niet als vrouw gezien werd, was een complex samenspel van factoren waar ik weinig vat op had. Hoe meer ik mijn best deed om zo vrouwelijk mogelijk over te komen, hoe minder het leek te werken. Ik besefte dat de meeste van mijn vriendinnen zich androgyn kleden, met afgewassen jeansbroek en houthakkershemdjes en dat mijn stem er vooral is om te communiceren.
 
Ik besloot uiteindelijk om 'gewoon te zijn', in plaats van iets willen worden of niet te zijn. Ik wil niet langer kiezen tussen man of vrouw zijn en doe dat dan ook niet. Ik hoef niets meer te spelen en dat voelt als een bevrijding. 
 

Genderbende

Vorig jaar werd ik door de Nederlandse documentairemaakster Sophie Dros gevraagd om mee te werken aan de docu ‘Genderbende’. Daarin worden vijf jonge mensen gevolgd die zich man noch vrouw voelen. De vier andere personages zijn een stuk jonger dan ik en kijken anders tegen gender aan. Lichter, met minder complexen. Zo is er de tweeling Anne en Lisa die voor de documentaire nooit eerder had nagedacht over de term en of ze wel of niet transgender zouden zijn. 
 
Nadat de film was uitgekomen, werd mijn verhaal geframed als genderfluïde en genderqueer. De luie transgender die achterop hinkte werd plots een voorloper, iemand die de non-binaire genderidentiteit verbeeldde. Genderinclusieve toiletten, de aanspreking van treinreizigers en voornaamwoorden: gender is de laatste maanden niet uit de actualiteit weg te branden. De toegenomen aandacht moeten we toejuichen, want het zorgt voor meer kennis en een breder begrip. Gek genoeg dreigt daarmee het klassieke verhaal van transgenders onder te sneeuwen, alsof genderfluïditeit en -neutraliteit de nieuwe norm vormt. Hulde voor de genderdiverse samenleving, waarin (trans)mannen mannen en (trans)vrouwen vrouwen mogen zijn. En sommigen te lui voor wat dan ook.
 
Selm Wenselaers (1983) woont in Amsterdam en werkt als dramaturg en theaterprogrammator. Deze column verscheen ook in ZiZo 141. Je kan een gratis exemplaar van ZiZo meenemen in onze afhaalpuntenOf neem een abonnement, dan krijg je het nummer toegestuurd.
Bron: 

Eigen verslaggeving